HET EILANDGEBIED SINT MAARTEN
Eilandsverordening regelende de bescherming van dieren in het eilandgebied Sint Maarten (Verordening)
DE EILANDSRAAD VAN HET EILANDGEBIED SINT MAARTEN,
In overweging genomen hebbende dat het wenselijk is uit een oogpunt van gezondheid en welzijn van dieren, uit ethische overwegingen en uit een oogpunt van bescherming en veiligheid van mens en dier, regelen te geven ten aanzien van dieren, handelingen met en behandeling van dieren, registratie van dieren, en inrichtingen ten behoeve van dieren;
BESLUIT:
Vast te stellen de volgende eilandsverordening:
Artikel 1
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. dier: ieder dier dat wordt gehouden of in vrijheid leeft te weten ieder zoogdier, vogel, vis, reptiel of insect dat op het land en in de territoriale wateren rond het eilandgebied leeft;
b. organisatie: Animal Rights Foundation te Sint Maarten;
c. inrichting: dieren-asiel, dieren-pension of een bedrijfsinrichting, in het bezit van de ingevolge deze eilandsverordening vereiste vergunning;
d. dierenasiel: een perceelsgebonden ruimte bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van dieren die zwervend zijn aangetroffen, waarvan door de houder permanent afstand is gedaan of die op last van de rechter in beslag zijn genomen en ter adoptie worden aangeboden;
e. dierenpension: perceelsgebonden ruimte, niet zijnde een asiel, bestemd of gebruikt voor het in bewaring (in pension) houden van dieren;
f. bedrijfsinrichting: een perceelsgebonden ruimte bestemd of gebruikt voor fokdoeleinden, verkoop of aflevering van dieren;
g. toezichthouder: een ambtenaar als bedoeld in artikel ;
h. houder: eigenaar, bezitter, houder of hoeder;
i. nodige verzorging: het verschaffen van voldoende drinkwater en voedsel, het verschaffen van een deugdelijke schuilplaats met voldoende schaduw en bescherming biedend tegen slechte weersomstandigheden, het verschaffen van de nodige zorg door een dierenarts, met name voor de noodzakelijk inentingen, alsmede het verschaffen van voldoende beweging;
j. dierengevechten: georganiseerde gevechten tussen dieren of tussen mensen en dieren;
k. binden of vastketenen: het vastmaken van een dier aan een stilstaand / niet-verplaatsbaar objekt of looplijn, door middel van een ketting, touw, kabel of soortgelijke beteugeling c.q. beknotting. Onder binden of vastketenen valt niet het gebruik van een lijn om een hond uit te laten.
Artikel 2
1. Het is verboden zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, een dier te doden.
2. Het is verboden om een dier gif of andere schadelijke stoffen toe te dienen.
3. Het is verboden om giftige stoffen te verspreiden alwaar dieren in de gelegenheid zullen zijn om voormelde giftige stoffen te consumeren, met uitzondering van de uitroeiing van insecten- en knaagdierplagen.
Artikel 3
Een ieder is verplicht hulpbehoevende dieren de nodige zorg te verlenen.
Artikel 4
1. Het is de houder van een dier verboden aan een dier de nodige verzorging te onthouden.
2. Het is de houder van een dier verboden een dier te verlaten of achter te laten zonder te voorzien in de nodige verzorging.
3. Een deugdelijke schuilplaats als bedoeld in artikel 1, onder i, dient schoon te zijn, voldoende bescherming te bieden tegen warmte, regen, slechte weersomstandigheden en moet voldoende ruimte bieden aan het dier om te gaan staan, te liggen en om te draaien.
Artikel 5
Het is verboden om een dier vast te ketenen of vast te binden gedurende een ononderbroken periode van meer dan 8 uur in elke 24-uurs periode.
Het is verboden om een dier vast te ketenen of vast te binden onder omstandigheden die bedreigend zijn voor de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van het dier. Onder deze omstandigheden wordt in ieder geval verstaan:
a. Een dier gedurende de nacht zonder toezicht vastgebonden of vastgeketend achterlaten;
b. Het vastbinden of vastketenen van een dier tijdens een natuurramp en/of zeer slechte weersomstandigheden, zoals orkanen, overstromingen en brand;
c. Het gebruik van een touw of ketting dat meer weegt dan 1/8 van het gewicht van het betreffende dier;
d. Het gebruik van een touw of ketting met een lengte van minder dan 5 feet;
e. Het vastbinden of vastketenen van een dier op een zodanige wijze dat de bewegingsvrijheid van het dier onredelijk wordt belemmerd;
f. Het vastbinden of vastketenen van een dier onder omstandigheden waarbij het dier verstrikt kan raken in het touw of de ketting dan wel in een ander object;
g. Het vastbinden of vastketenen van een dier op een zodanige wijze dat het dier niet voldoende toegang heeft tot water, voedsel of een schuilplaats;
h. Het vastbinden of vastketenen van een dier onder onhygienische omstandigheden;
i. Het vastbinden of vastketenen van een dier op een zodanige wijze dat het dier de behoefte niet kan doen op een plek, die separaat is van de plek waar het dier moet eten, drinken en liggen.
Artikel 6
Het is de houder van een dier verboden om het dier aan te sporen tot agressief gedrag jegens ander personen of andere dieren.
Artikel 7
1. Het is verboden om dierengevechten te organiseren, te bezoeken of dieren aan dierengevechten te doen deelnemen.
2. Het is verboden om weddenschappen op dierengevechten af te sluiten.
3. Het is verboden om een locatie beschikbaar te stellen alwaar dierengevechten plaats zullen vinden.
Artikel 8
Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te loven of uit te reiken bij wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere evenementen.
Artikel 9
1. Op een daartoe strekkend verzoek kan het bestuurscollege vergunning verlenen om, al dan niet tegen betaling, wilde of agressieve dieren voor redenen van tentoonstelling of training in eigendom te hebben, te bezitten of te houden.
2. Het is verboden om zonder vergunning, al dan niet tegen betaling, wilde of agressieve dieren voor redenen van tentoonstelling of training in eigendom te hebben, te bezitten of te houden.
3. Het is verboden om wilde dieren te houden als huisdier.
Artikel 10
1. Op een daartoe strekkend verzoek kan het bestuurscollege vergunning verlenen om dieren te verkopen, ter verkoop in voorraad te hebben, af te leveren, in bewaring te nemen, te fokken ten behoeve van de verkoop, of zuivere rasdieren en dieren afkomstig van zgn. Puppymills te importeren.
2. Het is verboden zonder vergunning dieren te verkopen, ter verkoop in voorraad te hebben, af te leveren, in bewaring te nemen, te fokken ten behoeve van de verkoop, of zuivere rasdieren en dieren afkomstig van zgn. Puppymills te importeren.
Artikel 11
1. Het bestuurscollege kan op een daartoe strekkend verzoek van een natuurlijke persoon of van het bestuur van een rechtspersoonlijkheid bezittende instelling, vergunning verlenen voor de exploitatie van een inrichting.
2. Het is verboden zonder vergunning een inrichting te exploiteren.
Artikel 12
Een inrichting dient te voldoen aan de navolgende eisen:
a. de inrichting beschikt over binnenverblijven, die tochtvrij en droog zijn, die voldoende worden geventileerd, die voldoende daglicht of electrisch licht hebben, waar de temperatuur niet meer dan 30Celsius bedraagt en waarvan de vloer, wanden en afrastering van zodanig materiaal zijn gemaakt dat de dieren zich niet kunnen verwonden of vergiftigen;
b. de inrichting beschikt, indien er honden worden gehouden, over een buitenverblijf en/of speelweide, waarvan de vloer, wanden en afrastering van zodanig materiaal zijn gemaakt dat de dieren zich niet kunnen verwonden of vergiftigen, dat kan worden afgesloten, dat een schuilmogelijkheid biedt tegen neerslag en storm en dat voldoende schaduw biedt;
c. de inrichting beschikt over ten minste een ziekenboeg, waar zieke dieren kunnen worden verzorgd en worden afgezonderd van de andere dieren;
d. de inrichting beschikt over een nestruimte voor drachtige of zogende dieren;
e. de inrichting is verplicht de nodige verzorging aan de dieren te bieden;
f. de inrichting zorgt ervoor dat een dier uiterlijk binnen 5 dagen na aankomst in de inrichting de nodige inentingen ontvangt tegen besmettelijke ziektes;
g. de inrichting wordt dagelijks gereinigd en regelmatig ontsmet;
h. bij de aflevering van een dier uit een bedrijfsinrichting wordt aan de koper of verwerver van het dier een bewijs van inenting verstrekt, opgemaakt door een dierenarts binnen het eilandgebied;
i. bij het in bewaring geven van een dier bij een pension dient een deugdelijk bewijs van inenting worden verstrekt, opgemaakt door een dierenarts binnen het eilandgebied;
j. de inrichting alwaar dieren worden gefokt ziet erop toe dat:
1. een kat binnen een aaneengesloten periode van 12 maanden ten hoogste 2 nesten krijgt, met dien verstande dat een kat binnen een aangesloten periode van 24 maanden ten hoogste 3 nesten krijgt;
2. een hond binnen een aangesloten periode van 12 maanden ten hoogste 1 nest krijgt.
Artikel 13
Geen vrouwelijk dier, in het bijzonder een hond of kat, wordt vanuit een inrichting vrijgegeven voor adoptie dan nadat het dier is gesteriliseerd of, in het geval van een voor sterilisatie nog te jonge hond of kat, een datum voor sterilisatie is bepaald.
Artikel 14
Een ieder, die als bestuurder van een motorvoertuig, een dier aanrijdt en het dier daarbij verwondt of doodt, zal direct voor zover mogelijk de nodige hulp verlenen aan het dier en zal direct de verwonding of de dood van het dier rapporteren aan de houder van het dier of, in het geval de houder niet kan worden bereikt, aan (een medewerker van) de organisatie.
Artikel 15
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het bestuurscollege, na overleg met de organisatie, aangewezen personen. Een zonodige aanwijzing wordt bekendgemaakt in De Curaçaosche Courant, alsmede in een of meer plaatselijke dagbladen.
2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voorzover dat voor de vervulling van hun taak rederlijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd:
a. alle inlichtingen te vragen;
b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;
d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen;
e. vaartuigen, stilstaande voertuigen en de lading daarvan te onderzoeken;
f. dieren van een bepaalde plaats te verwijderen en mee te nemen, indien deze dieren onder omstandigheden leven, die niet voldoen aan de eisen zoals gesteld in deze verordening.
3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
4. Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen.
5. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweed lid wordt gevorderd.
Artikel 16
1. Bij de uitoefening van hun taak dragen de toezichthouders een door de gezaghebber te verstrekken legitimatiebewijs bij zich. Desgevraagd tonen zij hun legitimatiebewijs aanstonds.
2. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthouder en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid.
Artikel 17
1. Het bestuurscollege is bevoegd tot het doen wegnemen, ontruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen in strijd met de in deze verordening en de daarop besturende bepalingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.
2. Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang wordt op schrift gesteld en geldt als een bechikking. De beschikking vermeldt welk voorschrift is overtreden.
3. De bekendmaking ervan geschiedt aan de overtreder en andere belanghebbenden.
4. In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de overtreder en eventuele andere belanghebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zelf de in de beschikking vermelde maatregelen te treffen. Geen termijn behoeft te worden gegund, indien de vereiste spoed zich daartegen verzet.
5. Indien de situatie dermate spoedeisend is dat het bestuurscollege de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt het alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en de bekendmaking.
Artikel 18
1. De bestuurder is de kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang verschuldigd, tenzij de kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
2. De beschikking vermeldt dat de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder plaatsvindt.
3. Indien echter de kosten geheel of gedeeltelijk niet ten laste van de overtreder zullen worden gebracht, wordt dat in de beschikking vermeld.
4. Onder de kosten worden begrepen de kosten verbonden aan de voorbereiding van bestuursdwang, voorzover deze kosten zijn gemaakt na het tijdstip waarop de termijn bedoeld in artikel 38, vierde lid, is verstreken.
5. De kosten zijn ook verschuldigd indien de bestuursdwang door opheffing van de onrechtmatige situatie niet of niet volledig is uitgevoerd.
Artikel 19
1. Het bestuurscollege kan van de overtreder bij dwangbevel de verschuldigde kosten, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen.
2. Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op de in de zin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen.
3. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van het eilandgebied Sint Maarten kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
Artikel 20
1. Degene die zich schuldig maakt aan overtreding van een van de bepalingen van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of met een geldboete van ten hoogste tweeduizend gulden,
2. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, of vrijwillig voldaan is aan de voorwaarde, door de bevoegde ambtenaar van het openbaar ministerie krachtens artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen gesteld, kan hechtenis of geldboete tot het dubbele van het voor elk gestelde maximum worden opgelegd.
3. De bij deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
4. De rechter kan bepalen dat het dier waarvan de schuldige als houder optrad, zal worden verbeurdverklaard en ter adoptie wordt aangeboden.
Artikel 21
Deze verordening treedt in werking op een bij eilandsbesluit te bepalen tijdstip.
Artikel 20
Deze verordening wordt aangehaald als “Eilandsverordening tot bescherming van dieren op Sint Maarten“.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
DE EILANDSRAAD VAN HET EILANDGEBIED SINT MAARTEN,
De Secretaris, De Voorzitter,
Deze eilandsverordening is door mij afgekondigd op heden,
De Gezaghebber,
Submitted by Hady Nufyet on Thu, 2007-03-15 22:42.
Recent comments
7 hours 27 min ago
11 hours 40 min ago
13 hours 17 min ago
13 hours 51 min ago
15 hours 23 min ago
1 day 5 hours ago
1 day 6 hours ago
1 day 8 hours ago
1 day 17 hours ago
2 days 24 min ago