Tax Talk

In a previous edition of the “Today” newspaper of March 29, 2008, a headline read “Verdonk: The Netherlands also responsible for bankruptcy Antilles”. But it is clear from the date of the Dutch document that follows, that the contents were forwarded to the local politicians and even some politicians on federal level. In 1990, the Netherlands amended their tax legislation to bring it more in line with the realities of the time. The present bankruptcy ordinance was written in 1931. The collection laws were written in the 1940’s. In spite of the booming economy, most businesses have their assets registered in offshore companies in other territories. The present collection legislature is not geared toward reality. The local government has not seen it fit for the last 25 years to invest in personnel, training and systems. The Island Council has not seen it fit to rewrite the Collection ordinance of 1970 in spite of the difficulties faced by the Receiver’s Office. The inability to ammend or lack of interest to rewrite the Collection ordinance of 1970, has cost the society immensely. There is no money to pay for infrastructural improvements, the environment is being destroyed, poverty and crime is on the rise. See below:
Structureel verhogen van de INKOMSTENSTROOM
Datum: 2/20/2007
Aan: de voltalige eilandsraad van het eilandgebied st. maarten
BETREFT: de kritische succesfactoren BIJ HET BLIJVEND REALISEREN VAN EEN toenemende INKOMSTENSTROOM VOOR st maarten
Inleiding
In het schrijven genaamd “Toekomstige Belastingdienst” hebben wij ons sterk gemaakt voor het anders organiseren van hoe met de belastingplichtige omgegaan wordt. Analyse heeft uitgewezen dat de kritische factor hierbij is de regelgeving. Wij willen U in dit opzichte de volgende citaat niet onthouden; “Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de inwerkingtreding van de Invorderingswet 1990 te regelen alsmede de wet van 22 mei 1845 (Stb. 1926, 334) op de invordering van ’s Rijksdirecte belastingen in te trekken en voorts de wetten waarin naar laatstbedoelde wet wordt verwezen of waarin invorderingsbepalingen dan wel aansprakelijkheidsbepalingen voorkomen die zijn ontleend aan fiscale invorderings- en aansprakelijkheidsbepalingen, aan te passen aan de bepalingen van de Invorderingswet 1990”.
Ondanks het feit dat de wet uit 1845, in Nederland is ingetrokken in 1990, blijft deze van kracht op de Nederlandse Antillen. Wij hebben ons afgevraagd of dit correct is aangezien de Nederlandse Antillen ook deel uitmaken van de Koninkrijk der Nederlanden. Daarnaast is de Invorderingswet 1845 ingetrokken omdat het te veel achterliep op de maatschappelijke werkelijkheid. Voor die intrekking had de fiscus veel terrein verloren aan het bedrijfsleven en particulieren wat de mogelijkheden betrof om onder meer anderen aansprakelijk te stellen voor de belastingschuld van een belastingschuldige. De fiscus had te maken met een “gesloten systeem”, hetgeen duidelijk uit de jurisprudentie blijkt. Deze uitspraak hield in dat de Ontvanger bij het aansprakelijk stellen slechts gebruik kon maken van de mogelijkheden die de gelden wetgeving hem bood (wet uit 1845). De ontvanger had meer mogelijkheden nodig en die werden hem geboden door de komst en afkondiging van de Invorderingswet 1990. Tegelijkertijd ging men over van een “gesloten systeem” naar een “open regime”.
Gesloten systeem
De invorderingswet 1845 kent een aantal beperkingen : de ontvanger kan niet met vrucht het faillissement van de belastingschuldige aanvragen, verder kan de ontvanger geen conservatoir beslag leggen. Deze beperkingen vloeien voort uit vaste jurisprudentie dat de Invorderingswet 1845 een gesloten systeem vormt en dat de ontvanger geen andere dwangmiddelen mag toepassen dan die welke deze wet hem biedt. Wel is het zo dat de ontvanger de actie uit onrechtmatige daad en de actio Pauliana kan stellen.
Open systeem
Sinds 1 juni 1990 maakt art. 3, lid 2, Inv. duidelijk dat de ontvanger(in Nederland) bij de uitoefening van zijn invorderingstaak ook over alle invorderingsmogelijkheden van een gewone schuldeiser beschikt. De Ontvanger kan belastingschulden dus ook invorderen op basis van een bij de burgerlijke rechter te halen titel (vonnis). In dat geval zijn de regels van de Invorderingswet in beginsel niet van toepassing, hoewel in dat geval van deze regels een zekere reflexwerking uitgaat. Van de mogelijkheden die het open systeem de ontvanger biedt, zijn in het bijzonder de faillissementsaanvraag, de actie uit onverschuldigde betaling, de actio Pauliana en de onrechtmatige daadactie van belang. Daarnaast kan de ontvanger ook zonder voorafgaande aanslagoplegging alvast conservatoire maatregelen nemen, mits de materiele belastingschuld maar al wel bestaat, en mits de aanslag wel tijdig voor executie wordt opgelegd. Uit het open systeem volgt volgens het Van M.-arrest van de Hoge Raad dat de ontvanger – ook afgezien van conservatoir beslag – reeds voorafgaand aan aanslagoplegging via een onrechtmatige daadsactie invorderingsmaatregelen kan nemen. Echter, de omvang van de schade ten gevolge van de jegens de ontvanger gepleegde onrechtmatige daad (verkorting verhaalsmogelijkheden) kan slechts vastgesteld worden aan de hand van (geldige) aanslagen.
Leidraad Invordering
De Invorderingswet uit 1990 kent een Leidraad. Voor de hantering van zijn bevoegdheden vindt de ontvanger algemene aanwijzingen in de Leidraad Invordering. De Leidraad Invordering wordt periodiek, in de regel halfjaarlijks, gewijzigd. De leidraad bevat beleidsregels, die op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (met name het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel) bindend zijn voor de ontvanger: de belanghebbende kan zich er met vrucht voor de rechter op beroepen. Doordat deze regels slechts pseudo-wettelijke in plaats van wettelijke status hebben, is hun gelding te zeer afhankelijk gemaakt van de wil van de pseudo-wetgever, het Ministerie van Financiën, dat de leidraadbepalingen naar eigen inzicht kan wijzigen of intrekken. Voor zover echter een leidraadbepaling berust op een voor het parlement doorslaggevende beleidstoezegging van de regering aan het parlement tijdens de totstandkoming van de Invorderingswet, kan de rechter een direct beroep op die toezegging honoreren, ook als de leidraadbepaling van die toezegging afwijkt of inmiddels ingetrokken of gewijzigd zou zijn. Al zijn de regels in de leidraad geen algemeen verbindend e voorschriften, zij vormen in beginsel wel recht in de zin van art. 99 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie, zodat over schending ervan in cassatie geklaagd kan worden.
Reikwijdte nieuw in te voeren Invorderingswet
• de inkomstenbelasting; vermogensbelasting; dividendbelasting; de loonbelasting; de rechten van successie, overgang en schenking; de motorrijtuigenbelasting; de bbo; de rechten bij invoer en uitvoer; accijnzen; kansspelbelasting;de belastingen van rechtsverkeer; de belastingen van milieugrondslag.
Technische Bijstand
Sinds eind jaren 80 is het fenomeen technische bijstand op de Antillen en Aruba bekend. Een belangrijke onderdeed hiervan betrof de personele samenwerking tussen de Antilliaanse en Nederlandse Belastingdiensten. Aanvankelijk had deze samenwerking het karakter van projecthulp, maar sedert 2001 had men een meer programmatische aanpak voor ogen, waarbij kennisoverdracht en capaciteitsopbouw centraal stonden. De technische samenwerking tussen de beide Belastingdiensten is in 2000/2001 door het International Bureau of Fiscal Documentation (IBFD) geëvalueerd.
Zo stelde het beleidsplan 2000-2004 dat het technische bijstandsbeleid Belastingdiensten gericht diende te zijn op structurele organisatieopbouw, met als doel de organisatie uiteindelijk geheel met Antillianen te bemensen. Daartoe zou de bijstand zich moeten richten op kennisoverdracht. De bijstand zou gekoppeld zijn aan de aanwezigheid van een counterpart, terwijl de technische bijstander er ook opleidingen zou ondersteunen of verzorgen. Ook de verhoging van de belastingopbrengsten werd nu als doelstelling genoemd. Het IBFD constateert dat het veronderstelde beleid van zelfredzaamheid door gestructureerde kennisoverdracht bij veel weliswaar bekend was, maar dat het te abstract werd ervaren om te kunnen meten. Verder was het zo dat de taakopdrachten aan de technische bijstander niet kwantificeerbaar was. Gegeven het ontbreken van meetbare beleidsdoelen bleek concrete meting van de effectiviteit van de technische bijstand voor IBFD niet mogelijk. Wel is destijds de effectiviteit in de operationele dienstuitvoering door technische bijstand door alle betrokkenen als positief ervaren, zij het dat er sprake is van verschil in de inzet van de individuele bijstanders en dat sommigen eigenlijk beneden de maat functioneerden. Het IBFD stelde de volgende hoofdproblemen vast:
1 De veronderstelling dat de Antilliaanse Belastingdienst op overzichtelijke termijn geheel met eigen mensen zou kunnen functioneren is onrealistisch.
2 Er is geen helder en concreet beleid, dat door alle betrokkenen wordt gedragen.
3 De Antilliaanse overheid heeft geen eenduidige visie op technische bijstand en hoe die inzet principieel ten nutte van het functioneren van de Antilliaanse Belastingdiensten moet worden gehanteerd.
4 Het Nederlandse aanbod van technische bijstand is onvoldoende in overeenstemming met de Antilliaanse behoeften.(kritische factor was dat inmiddels vele medewerkers die met de oude wetgeving van m1845 hadden gewerkt, inmiddels met pensioen waren of zich te oud vonden om uitgezonden te worden naar de Nederlandse Antillen. Verder waren de onduidelijkheden in de uitzendregelingen van invloed).
Tax Performance
Uit de beschikbare gegevens blijkt dat er sprake is van een verbetering van de Tax performance in termen van heffing en inning, compliance en of het wegwerken van achterstanden, dan wel een combinatie van deze drie factoren. Een relatie tussen deze prestaties en de inzet van bijstanders is evenwel in algemene zin niet direct te leggen. (De technische bijstander had een hogere productie niveau, verder is het zo dat de bijstander beslissingen durfde nemen als de situatie dat vergde. De Antilliaan in het algemeen is bang om zijn gedachten of handelingen vast te leggen).
De ontwikkeling van de doorlooptijden van aangifte tot inning, het wegwerken van achterstanden, en de doorlooptijd van bezwaarschriften en de klantvriendelijkheid is niet door de IBFD gemeten.
Monitoring vanuit de Nederlandse Antillen
De inzet en opbrengst van de bijstander is geen resultaatgebied binnen de onderdelen van de Antilliaanse Belastingdiensten. Er is dan ook evenmin van de zijde van de Nederlandse Antillen sprake van een inhoudelijke monitoring en afrekening aan het einde van de rit. De vraag in deze was of de hoofden van de eenheden over voldoende vaktechnische kennis beschikten om de effectiviteit van de inzet van een bijstander te kunnen beoordelen.
Noodzaak tot transformatie
De door de IBFD vastgestelde hoofdproblemen, de Tax performance en de gebrekkige monitoring, hebben tot het besef geleid dat het niet langer zo kan. Ondersteuning is nodig op de volgende terreinen: * programmamanagement
* wetgeving
* procesinrichting
* organisatieontwikkeling
* human resources
* opleidingen
* ICT
* wegwerken achterstanden en opschonen van vervuilde bestanden.
Op grond van de onderscheiden niveaus van technische bijstand fungeert de Belastingdienst primair als business partner voor de Antilliaanse Belastingdiensten en secundair uit hoofde van de waarborgfunctie in opdracht van het Koninkrijk. Dit betekent dat de relatie tussen de Nederlandse Antilliaanse Belastingdiensten een contractuele wordt. Aanbevolen wordt om een raamcontract af te sluiten voor de verschillende typen dienstverlening vanuit de Nederlandse Belastingdienst. Het raamcontract wordt beheerd door de contractmanager van beide partijen.
Decentralisatie
Met decentralisatie wordt bedoeld het verplaatsen naar de eilanden van de bevoegdheid tot het uitvoeren van met name heffingstaken en de inningstaken van de Landsontvangers. Het is de verwachting dat de decentralisatie op termijn voor 15/12/2008, haar beslag krijgt.
Integratie
Integratie is de verzamelterm voor het dichter bij elkaar brengen of samenvoegen van de processen en organisaties van heffing men inning. Doel hiervan is om de ineffectiviteit in de processen en de lange doorlooptijd van deze processen te verbeteren. In de huidige werkwijze is er sprake van inefficiëntie, miscommunicatie, informatieverlies, vervuilde bestanden, achterstanden en verouderde werkprocessen. Tot daadwerkelijke integratie kan echter pas worden overgegaan als duidelijk is wat hiermee in de toekomst moet worden bereikt. Wij hebben onze visie neergelegd in een stuk geheten “Toekomstige Belastingdienst”.
Aanbevelingen
Inmiddels is de ontmanteling van de Nederlandse Antillen in volle gang. De tijd lijkt ons er rijp voor om politiek de beslissing te nemen om ook op de Antillen de Invordingswet 1845 in te trekken en deze te vervangen door met een herziene versie van de Invorderingswet 1990. Herzien omdat die wet niet klakkeloos van toepassing verklaard kan worden op de Nederlandse Antillen. Onze gedachtegang past prima in de huidige discussies zeker als de wetgeving, ondanks de komende ontmanteling, een zekere overgangsfase zal moeten kennen. De voordelen van zo’n handelswijze die ons zo voor de geest springen zijn:
• het zal inhoud gegeven aan de beginselen van behoorlijk bestuur;
• de rechtszekerheid en duidelijkheid voor de burger neemt toe;
• de compliance van de belastingschuldige neemt toe;
• de opbrengsten nemen toe omdat er onder anderen in de actualiteit gewerkt kan worden;
• de opbrengsten nemen ook toe doordat de gesloten systeem ingeruild wordt voor de open systeem;
• de positie van de ontvanger wordt versterkt ten opzichte van andere crediteuren;
• bezwaren en beroepen kunnen sneller afgehandeld worden;
• toekomstige technische bijstanders worden makkelijker gestuurd omdat hun werkring weliswaar is veranderd maar het werk inhoudelijk niet;
• het reservoir waaruit technische bijstanders kan worden geput neemt in omvang toe omdat bij de werkzaamheden op de Antillen niet eerst een vertaalslag gemaakt moeten worden naar de Invordingswet 1845.
• Herziening van de Invorderingswetgeving past in het kader van de reeds herziende wetboeken zoals Boek 2 BW, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het BW;
• Beleid dat nog niet is ontwikkeld kan ontwikkeld worden omdat de Invorderingswet 1990 dichter bij de huidige maatschappelijke gebeuren staat dan de invorderingswet 1845.
Conclusie
Onze suggesties zijn vrijblijvend. Uiteindelijk komt men voor keuzes te staan. Welke keuze er uiteindelijk komt, het zal er een moeten zijn die de hoofdproblemen zoals die verwoord zijn door het IBFD oplossen. Verder zal die keuze de radicalisering van de maatschappij moeten omzetten in een sociale beweging welke harmonisatie en integratie nader bij de burger brengt. Dit wordt onder andere bereikt doordat er meer middelen beschikbaar zullen komen voor investeringen in de collectieve sector. Deze rust komt naast de investeringsklimaat het gevoel van veilig zijn, ten goede.
In het verleden is in een schrijven het bestuur op geattendeerd dat de invorderingsmogelijkheden tekort schoten. Er werd toen geadviseerd om het Invorderingsverordening van 1970 te herschrijven. Helaas daar is onvoldoende op gereageerd. De uitstel- en kwijtscheldingsbeleid is een kleine 12 jaar nadat het Handboek het licht heeft gezien nog steeds niet geformaliseerd. De burger heeft recht op duidelijkheid. Het kan niet zo zijn dat een groep van deze hiaten in wetgeving profiteert en de overige groepen niet. Ook dit leidt tot burgerlijke ongehoorzaamheid welke zijn beslag vindt in de ontduikende handelingen van vele belastingschuldigen en belastingplichtigen.
In de presentatie van de belastingdienst zoals dat U voor ogen staat, wordt geen aandacht of onvoldoende aandacht besteedt aan de regelgeving. De IBFD heeft aan de wetgeving, de wijze van heffen en innen onvoldoende aandacht gewijd omdat de verbanden die wij hebben gelegd niet eerder zijn gelegd. Elk jaar vindt een publicatie over de veranderingen in de regelgeving van de Loonbelasting en Inkomstenbelasting en overigen plaats. Waar zijn de publicaties omtrent het beleid, omtrent de wijze waarop verder geïnd gaat worden? (Zie opmerking bij Leidraad.) De verhoudingen zijn scheef en vragen daardoor om rechttrekking. Wij wensen U veel succes en moed toe in deze zware tijden.
Bedankt dat U deze memo hebt willen lezen,
Business and Labor | Constitutional Change | Dutch Politics | Federal Politics | Island Politics | sybille's blog | 11 comments | read more
Submitted by sybille on Mon, 2008-04-07 22:15.
Recent comments
3 hours 55 min ago
19 hours 15 min ago
1 day 51 min ago
2 days 4 hours ago
2 days 8 hours ago
2 days 9 hours ago
2 days 15 hours ago
2 days 16 hours ago
2 days 19 hours ago
2 days 19 hours ago